Website ontwikkelen, het gevaar van “ik vind”

In de afgelopen jaren heb ik vele websites ontwikkeld voor particulieren, stichtingen, verenigingen en bedrijven. Vooral bij de websites voor kleine bedrijven en verenigingen valt me op dat websites vaak vanuit de “ik vind” gedachte ontwikkeld worden. Het “ik” verwijst in dit geval naar de opdrachtgever.

De opdrachtgever gaat nadenken over wat hij/zij mooi vindt en ziet de website net als het uitzoeken van een nieuwe auto. De gedachte is ook meestal “als ik het mooi vind, dan vinden mijn bezoekers het ook mooi”. Het grote verschil is dat een website meestal niet ontwikkeld wordt “voor” de opdrachtgever maar voor de bezoekers “van” de opdrachtgever.

Als we terugkijken naar de auto dan mag je als opdrachtgever zeggen ik vind die auto mooi omdat de kleur en vorm me aanspreekt. Dit zijn je eisen. Deze eisen kunnen ook weer vertaald worden naar de website. De kleur geel vind je bijvoorbeeld mooier dan blauw of  die titel moet bovenin de pagina weg omdat de vorm dan compacter wordt.

Vervolgens wordt de website ontwikkeld zoals de opdrachtgever hem mooi vindt, toch is dat de minst belangrijke bezoeker. Je rijdt iedere dag in je eigen auto, fijn dat hij dan naar wens is. Maar wat heeft het voor nut dat de opdrachtgever zijn eigen website bezoekt. Hier verdien je niet zoveel mee.

Het is een goede start om als opdrachtgever aan te geven wat je mooi vindt en wat niet, maar daarna is het vooral belangrijk om te kijken wat je bezoekers ervan vinden. Als de opdrachtgever de website mooi vindt maar je ontvangt per dag 10 bezoekers is dat erg jammer. Vraag daarom aan bezoekers, vrienden, collega’s wat zij van de website vinden. Wat trekt ze aan op de website en wat stoot ze juist af.

Deze valkuil kan makkelijk voorkomen worden door als opdrachtgever zinnen die de woorden “ik vind” bevatten zoveel mogelijk te vermijden. Probeer objectief te kijken tijdens het ontwikkelen van een website en vraag je af wat bezoekers ervan vinden. Betekent dit nou dat je nooit meer mag kijken vanuit de “ik” positie wanneer het op het ontwikkelen van websites aankomt? Nee dat wil ik helemaal niet zeggen, maar als opdrachtgever moet je hier wel voor waken. Want het doel van je website is om bezoekers te trekken.

Onlangs heb ik bijvoorbeeld een website ontwikkeld die maar één pagina bevat. Deze wordt opgevrolijkt met een 12 tal foto’s die niet heel scherp zijn. De opdrachtgever wilde dit aantal verhogen naar 40 onscherpe foto’s. Mijn reactie was dat de structuur van de website daar niet geschikt voor is. Met 40 foto’s moet je veel te veel swipen op een smartphone. De opdrachtgever vond dit zelf mooi, maar de gemiddelde bezoeker zou het kunnen afschrikken. Ik heb daarom het advies gegeven om maximaal 12 foto’s van professionele kwaliteit toe te voegen. Hier was de opdrachtgeer het na onderbouwing mee eens.

Aan het einde van deze blog denk je nu misschien, de ontwikkelaar gaat veel meer “ik vind” gebruiken. Echter een goede ontwikkelaar zal zijn advies kunnen onderbouwen met feiten door voorbeelden te laten zien of statistieken uit het verleden. Daarnaast blijft hij ook na oplevering continue kijken of er nog verbetermogelijkheden zijn. Statistieken en enquêtes vormen hiervoor een goede bron, daarnaast kan de ontwikkelaar natuurlijk putten uit zijn uitgebreide ervaring.

Website ontwikkelen, het gevaar van “ik vind”
Beoordeel dit blog

Een reactie

Laat een reactie achter

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.